Viva Cassien by Michael Aubry
Bij de woorden Frankrijk, zon, groene heuvels of azuurblauw water denkt men vaak aan de witte stranden van de Cote d’Azur of het groene landschap van de Provence in het zuiden van Frankrijk. Wij karpervissers, hebben een ander instinct en denken aan de oevers van het magische Lac de Saint-Cassien. Al bijna een half decennium ben ik verknocht aan de puurheid van dit natuurfenomeen en word ik aangetrokken door haar prachtige bewoners.
Twee zomers geleden bracht ik er een mooie tijd door, toen voor het eerst in de zomerperiode. Ik had voor mezelf een beknopt sessieverslag geschreven en heb dit daarna verwerkt tot een klein artikel, dat in één van de vorige VBK-magazines is verschenen.
Ondertussen zijn we anno 2010 en is de zomerperiode reeds voorbij. Wie de eerste alinea’s in mijn verhaal, met een beetje aandacht heeft gevolgd, weet onmiddellijk waar ik naar toe wil en waarover de rest van dit schrijven zich zal richten.
In de voorjaarsmaanden had ik al enkele trips achter de rug, weliswaar met wisselend succes. Ik doe graag buitenlandse trips, maar had me enkele jaren geleden voorgenomen om mijn pijlen ook op Belgische waters te richten. De afgelopen jaren was dit succesvol, dit jaar liep het wat stroever. Ondertussen waren we reeds in de maand juni en had ik net zo’n mislukte trip achter de rug. Ik was in de wetenschap dat ik de maand daarna, tijdens de eerste echte zomermaand, drie weken vakantie in het vooruitzicht had. Op dat moment was er eigenlijk nog geen sprake om mijn vakantie op Cassien door te brengen. Toch kon ik mijn lieve levensgezel, overtuigen om me tien dagen af te staan aan dat wat mijn bloed harder doet stromen…karpervissen op Lac de Saint-Cassien.
Wanneer ik een sessie voorbereid leef ik in een soort drive. Een onafnemende rush om alles tot in de puntjes voor te bereiden. De laatste loodjes wegen het zwaarst en zo was het ook letterlijk. Net voor vertrek hef ik bijna 200kg boilies en 100kg tijgernoten in de laadruimte van mijn bestelwagen. Vervolgens bereid ik mij voor op een lange zware autorit.
Na meer dan duizend kilometer te hebben afgelegd, arriveer ik vroeg in de ochtend aan het water.
Sinds enkele jaren laat ik mijn voertuig steeds achter bij de snackbar van Philippe, genaamd naar zijn vader ‘Chez Pierre’.
Mijn bedoeling was om opnieuw in de zuidelijke arm van het water van start te gaan. Doodvermoeid van de lange rit, maar vol adrenaline, laadde ik mijn twee volle boten in met materiaal en vaarde ik onder een stralende zon, mijn avontuur tegemoet. Ik merkte hier en daar wel een collega-karpervisser op, maar superdruk was het echter nog niet.
Ik koos een stek uit, die het jaar voordien onmiddellijk succesvol was. Wel was ik van plan, het ditmaal over een andere boeg te gooien. Ik besloot om mijn voerstrategie danig aan te passen, met de bedoeling om de karpers langer op de stek te houden. Omdat er aan beide kanten van mijn visplaats, geen andere karpervissers aanwezig waren, wilde ik mijn boilies en tijgernoten over een grote oppervlakte verspreiden. Ook de stekken waar het haakaas te water ging, werden rijkelijk aangevoerd. De eerste dag voerde ik ongeveer vijftien kilogram van mijn TBF, Exotic Fruit-mix boilies, gemengd met tijgernoten. De dagen daarna ongeveer tien kilogram per dag. Dit schema heb ik drie volledige dagen aangehouden. Na drie dagen, kon ik besluiten dat de karpers niet massaal in mijn sector aanwezig waren, waarop ik besloot om te verkassen.
Doch lukte het mij, om in die eerste drie dagen, telkens één aanbeet te verzilveren. De eerste ochtend kreeg ik een harde run op mijn middelste stok die ik net achter een eiland had gedeponeerd op een aanzienlijke diepte. Het resultaat van deze aanbeet was een spiegelkarper van ongeveer 13kg. De tweede nacht verliep opnieuw zonder actie, maar omstreeks 10uur ’s ochtends kreeg ik mijn tweede aanbeet, ditmaal op mijn linkse hengel. Hiermee had ik mijn kans gewaagd op de zijkant van traag aflopende talud. De vangst betrof een 19kg zware schubkarper. Geloof het of niet, het was een vis, die ik het jaar voordien op exact dezelfde plaats had gevangen. De eerste bak was dus binnen… Ondanks deze mooie vangst, was ik toen al aan het overwegen, om een ander gedeelte van het water te gaan bevissen. Mijn vermoeden werd evenwel bevestigd, de ochtend daarop liep mijn middelste stok opnieuw af en werd ik kortstondig getuige van een prachtige 17kg zware spiegelkarper. Drie vissen op drie dagen tijd, sommige zullen van mening zijn, blijven zitten. Anderen, waaronder ikzelf, besluiten dan om het boeltje bij elkaar te nemen, om de kansen op een ander gedeelte van het water te wagen, in de hoop op meer succes. Op de dag dat ik wilde verkassen, kwamen er net enkele Belgische collega’s toe, maar ook meer en meer vissers uit andere contreien. Het was dus nu of nooit. Ik besloot om de resterende zeven dagen, alles op alles te zetten.
’S Zomers moet je echter niet naar Cassien gaan voor de rust, omdat je voortdurend geconfronteerd wordt met toeristische bootjes, zwemmers, het nachtvisverbod en de daarbij horende controle’s. Plekken waar toeristen massaal neerstrijken of stekken die makkelijk toegankelijk zijn via de weg, kan je dan om voor de hand liggende redenen best mijden. Eén van deze plaatsen is de brugstek. Zoals ik eerder heb vermeld, wilde ik er vol voor gaan.
Tegen beter weten in, besloot ik om mij aan te meren in de buurt, van deze befaamde brugstek. Ik had in deze omgeving, tijdens de laatste nacht op mijn vorige stek wat gaan rondvaren en tegelijkertijd enkele kilo’s gevoerd.
Hier paste ik dezelfde tactiek toe, als in het begin van de week. Veel aas verspreiden en een aanzienlijke hoeveelheid bij het haakaas. Ik beviste verschillende dieptes, variërend tussen 4 en 12m. Ik kon de resterende dagen telkens mijn visje vangen, maar het aantal aanbeten bleef aan de lage kant. Op dag zeven werd ik wel mooi beloond, voor mijn inzet. ’S Ochtends liep er een hengel af, die mij een 19.6kg zware spiegelkarper opleverde. Enkele uren later, liep dezelfde stok opnieuw af. Ik werd de overwinnaar in een strijd met een schubkarper, die de grens van 21kg overschreed. Op die dag voelde ik mij ten top karpervisser. Je bent op dat ogenblik een water aan het bevissen, dat zoveel geschiedenis met zich meedraagt. Een plaats waar ik in het verleden ook al zware tegenslagen te verwerken kreeg. Op zo’n moment, krijg je zo’n bijzonder gevoel, waardoor je beseft, waarvoor je het allemaal doet. De dagen daarna kon ik zoals eerder vermeld bijna dagelijks nog een visje meepikken, echte kleppers kwamen er jammer genoeg, niet meer op de kant.
Ik constateerde op de tiende dag van mijn trip, dat mijn aas zo goed als opgebruikt was. Waardoor ik in samenspraak met mijn teer beminde vrouw besloot om het avontuur af te ronden en opnieuw huiswaarts te keren.
Het was opnieuw een mooie ervaring met prachtige herinneringen. De vangsten in het algemeen waren op dat ogenblik (zoals zo vaak op Cassien) niet denderend, op enkele uitzonderingen na. Mijn teamgenoot, die in dezelfde periode een zesdaagse sessie was gestart in de zuidarm, slaagde er in om een zestiental vissen te vangen.
Mijn eindrapport, bevat tien karpers en elf aanbeten. Ik kon besluiten dat mijn resultaat niet top was, maar dat ik gezien de omstandigheden absoluut niet mocht klagen. Hoewel ik het nachtvisverbod niet zo nauw naleefde ving ik alsnog meer dan de helft van mijn vissen tijdens de daguren. Het was ook een andere zomer als in het jaar 2009. Veel vissen vertoonden nog paaiwonden, wat er op wijst dat de winterperiode ook daar langer heeft geduurd en het paaiproces werd uitgesteld tot de maand juni. (ter plaatse, vernam ik dat de karpers pas in de maand juni hadden gepaaid)
Over hoe ik mijn hengels monteer en mijn aasaanbieding presenteer op zulke waters wil ik jullie nog het volgende vertellen.
Mijn aasaanbieding is meestal vrij eenvoudig, maar wordt toch zo efficiënt mogelijk te water gelaten.
Wie mij een beetje kent, weet dat ik hou van drijvend aas. Mijn meest gebruikte rig is dan ook zeer eenvoudig en op dit soort aas gebaseerd. Het betreft een soort bananenrig en bestaat uit een onderlijn tussen 30 en 40cm, een Ashima C887 haak (maatje 4), gecombineerd met stukje krimkous van drie à vier centimeter. Op een bepaalde afstand naar keuze, plaats ik dan onder de krimkous, een knijploodje van ongeveer 3 gram. Als haakaas gebruik ik altijd een vrij grote pop-up, steeds met een diameter variërend tussen 20 en 24mm. De pop-up’s die mijn voorkeur dragen, komen uit het gamma van The Boilie Factory. Na enkele jaren is Geert Asselman, de leading man bij TBF, er immers in geslaagd om een bijna perfecte pop-up te creëren, die qua drijfvermogen en hardheid zeer hoog scoort en volgens mij, bij de beste in zijn soort thuishoort. Op een water als Lac de Saint-Cassien, is het bodemverloop sterk variërend. Ik ben eigenlijk een voorstander van een inline-lood, maar op steile kanten of op een aflopend talud, maak ik liever gebruik van een klassiek wartellood. Juist vanwege het grillige bodemverloop verkies ik ook een gevlochten hoofdlijn, boven nylon.
Om te besluiten wil ik nog zeggen dat iedere karpervisser zijn hobby beleeft, op zijn eigen manier. Hij heeft vaak zijn eigen gewoonten en strategieën. Afhankelijk daarvan zijn de resultaten ook vaak uiteenlopend, zowel in de negatieve als in de positieve zin. Ik heb het geluk, om in de teams waarvan ik deel uitmaak, omringd te worden door enkele oude rotten in het vak. Het is dan ook een luxe om met hen aan de waterkant te vertoeven of hen gewoon te kunnen opbellen om hun mening te vragen. Ik ga uit van het principe, zien en luisteren, is leren. Uit deze wijze spreuk kan je volgens mij, als karpervisser, telkens enkele visjes meer vangen.
Michael Aubry